Aankomen door tamoxifen: waarom het gebeurt en wat helpt
Aankomen door tamoxifen: waarom het gebeurt en wat wél helpt
09 oktober 2026 

Aankomen door tamoxifen: waarom het gebeurt en wat wél helpt

Aankomen door tamoxifen of anti-hormonale therapie? Dit gebeurt er in je lijf

Aankomen na kanker is een veelgehoorde klacht. Ik hoor het vaak. In een gesprek over de klachten waar vrouwen vanaf willen, gaat het hoofdzakelijk over meer energie en een betere concentratie. Maar er komt bijna altijd nog een opmerking achteraan: het zou ook fijn zijn om een paar kilo kwijt te raken.

Het is natuurlijk niet raar dat je conditie en kracht achteruit zijn gegaan na je behandelingen. Chemo, operatie, bestraling, ze hebben allemaal veel van je lichaam gevraagd. Je hebt veel minder kunnen doen, en je hormoonhuishouding is ook nog eens op zijn kop gezet. Slik je dan ook nog tamoxifen of een aromataseremmer, dan is een nieuwe balans vinden extra lastig.

Anti-hormonale therapie onderdrukt oestrogeen, en oestrogeen stuurt mee hoeveel vet je opslaat, waar je dat opslaat en hoe je spieren zich gedragen. Minder eten lost dat systeem niet op. Het kan het zelfs erger maken. Hieronder lees je waarom, en vooral wat dan wel helpt.

Waarom kom je aan na een kankerbehandeling?

Gewichtstoename na een behandeling tegen kanker is geen incident. Het soort kanker maakt daarbij veel uit: bij sommige kankersoorten is juist ongewenst afvallen het probleem. Bij borstkanker, die de meest voorkomende kanker is bij vrouwen, is aankomen het gangbare patroon. Een meta-analyse naar vrouwen die chemotherapie kregen voor borstkanker liet een gemiddelde toename zien van 2,7 kilo.

Om te snappen waarom, moet je naar je hormonen kijken. Niet alleen oestrogeen, maar een heel systeem dat zo overtuigend samenwerkt dat het soms voelt alsof je lijf tegen je samenspant:

  1. Leptine meet continu of er genoeg brandstof binnenkomt, en geeft dat razendsnel door aan je hersenen. Bij een tekort slaat dat signaal om van “genoeg” naar “gevaar”, vaak al binnen uren.
  2. Schildklierhormoon (T3) is het gaspedaal van je stofwisseling. Bij te weinig brandstof gaat je lijf dat gas zelf terugnemen, je verbranding daalt dus niet toevallig, die wordt actief teruggeschakeld.
  3. Cortisol, je stresshormoon, haalt energie uit spieren en botten om op korte termijn te overleven. Het zorgt ook voor vetopslag specifiek rond je buik.
  4. Oestrogeen en testosteron beschermen normaal je botten en houden vetverdeling en spierafbraak in balans. Bij een energietekort vallen ze terug. Bij jou gebeurt dat vaak al extra, want de behandeling onderdrukt oestrogeen zelf al.

Verschillende hormonen, één patroon: bij een tekort schakelt je lijf ze allemaal dezelfde kant op. Minder opbouw, meer afbraak, minder verbranding, minder bescherming. Chemo, bestraling en operaties zijn al belastend, maar anti-hormonale therapie grijpt specifiek in op dit systeem, het systeem dat je stofwisseling, je vetopslag en je eetlust stuurt. Komt daar nog een dieet bovenop, dan duwt dat op precies dezelfde knoppen die al half ingedrukt staan.

Het advies tijdens je behandeling speelt mee

Er is nog een factor die zelden benoemd wordt, en die niets met hormonen te maken heeft: het advies dat je tijdens behandeling krijgt. Bij veel vormen van kanker is ongewenst gewichtsverlies het grootste risico, en daar komt het meeste voedingsadvies in de oncologie vandaan. Eet vooral genoeg, beperk jezelf niet, rust veel uit, eet wanneer je kan eten in plaats van wanneer het “hoort”. Dat was bij mij het advies. En ik kreeg ook te horen dat het niet uitmaakte wat ik at. Als in, hoe meer calorieën erin, hoe beter. Dus ik zat bij de lunch regelmatig aan een kaassoufflé, lekker veel calorieën en ook nog wat eiwit, op advies van de diëtist in het ziekenhuis.

Ik was super bang om af te vallen. Op de afdeling waar ik lag liep een vrouw rond, uitgemergeld, met een rollator want zonder kon ze niet lopen. Dat was voor mij het schrikbeeld als ik niet voldoende zou eten.

Nu had ik lymfeklierkanker, maar de huidige inzichten laten zien dat wanneer je een goede prognose hebt om te overleven, het wel degelijk uitmaakt WAT je eet en dat je je niet altijd zorgen hoeft te maken om afvallen. Mits je binnen de range van gezond gewicht blijft (BMI 18,5 – 25).

Nu is borstkanker juist een van de kankersoorten waarbij gewichtstoename het gangbare patroon is, niet gewichtsverlies. Toch krijg je vaak hetzelfde generieke advies mee. Het gevolg: je eet goed, je controleert je gewicht op de weegschaal en wanneer je ziet dat je afvalt eet je meer, je beweegt een stuk minder dan normaal door vermoeidheid en herstel, en niemand zet je daarbij aan tot opletten, want dat voelt alsof het tegen het advies ingaat.

Wat doen tamoxifen en aromataseremmers precies met je gewicht?

Tamoxifen en aromataseremmers kunnen allebei voor gewichtstoename zorgen, meestal binnen het eerste jaar na start van het gebruik. Ze doen dat niet via exact hetzelfde mechanisme, maar op groepsniveau is er geen duidelijk verschil in hoeveel je er gemiddeld van aankomt. Het verschil zit in hóe: welke bijwerkingen daarbij horen, en wat dat voor jou voelt.

Tamoxifen blokkeert de oestrogeenreceptor zelf. De cel krijgt het signaal van oestrogeen niet meer binnen. Elders in je lijf, zoals in je botten, gedraagt tamoxifen zich soms juist mild oestrogeenachtig. Dat is ook precies waarom tamoxifen minder botafbraak geeft dan je op basis van de naam zou verwachten. Tamoxifen wordt gebruikt bij zowel vrouwen voor als na de overgang.

Aromataseremmers werken anders: ze blokkeren de aanmaak van oestrogeen in vetweefsel en andere weefsels. Dat werkt alleen goed als je eierstokken al gestopt zijn met oestrogeen produceren, dus bij vrouwen die in de overgang zijn, of een eierstokonderdrukkende behandeling krijgen naast de aromataseremmer. Het effect is een vrijwel complete oestrogeendaling, feller dan bij tamoxifen.

Omdat een feller dalend oestrogeen, zoals je hierboven las, samenhangt met grotere vetcellen en meer vet rond je buik, zou je logischerwijs verwachten dat aromataseremmers voor meer gewichtstoename zorgen dan tamoxifen. Onderzoek laat dat verschil echter niet terugkomen: op groepsniveau is er geen duidelijk verschil in totale gewichtstoename tussen de twee.

Wat we wél zeker weten:

Verlaagd oestrogeen zorgt voor grotere, minder efficiënte vetcellen, met als gevolg meer insulineresistentie en meer vet rond je buik. Dit gebeurt soms zelfs zonder dat je totale gewicht verandert, je lijf herverdeelt vet, los van de weegschaal.

Door tamoxifen kan je vocht vasthouden. Dat is een bekende en bewezen bijwerking, en dat is geen vet, maar wel gewichtstoename.

Aromataseremmers geven bij een flink deel van de vrouwen gewrichtsklachten, zoals meer stijfheid en gevoeligheid, en het maakt bewegen minder vanzelfsprekend.

De meeste gewichtsverandering gebeurt in het eerste jaar na start van de behandeling.

Wat vaak verteld wordt, maar niet hard bewezen is:

Dat tamoxifen per definitie meer gewichtstoename geeft dan aromataseremmers, of andersom. De gemiddelden liggen dicht bij elkaar, al verschilt het sterk van vrouw tot vrouw, en sommige vrouwen vallen juist af.

Een directe oorzakelijke link tussen tamoxifen en vetgroei. De vochtretentie is bewezen, een direct effect op vetmassa is minder duidelijk aangetoond.

Waarom “gewoon minder eten” averechts werkt

Dit vind ik het belangrijkste stuk van dit hele verhaal, want het verklaart meteen waarom “ik eet gewoon te veel” hier niet klopt.

Je lijf staat door de behandelingen die je gehad hebt en eventuele anti-hormonale therapie al onder druk op precies het systeem dat ook reageert op een energietekort. Eet je dan minder om dat extra kilo kwijt te raken, dan duw je cortisol verder omhoog, je schildklier verder omlaag, en je oestrogeen nog verder weg bij een lichaam dat al weinig reserve heeft. Zelfs als je daarbij gaat sporten om spieren op te bouwen, bouwt je lijf die spier niet op zolang het denkt dat het moet overleven. Cortisol haalt dan eiwit uit je spieren voor snelle energie, in plaats van dat je spieren groeien van de training.

Het resultaat ken je misschien al: je eet minder, je beweegt soms zelfs meer, en de weegschaal beweegt niet of nauwelijks. Dat is een lijf dat in overlevingsstand staat en daar niet zomaar uitkomt door wilskracht. Niet fijn om te lezen misschien, maar wel een opluchting: het ligt niet aan je doorzettingsvermogen.

Er speelt nog iets bij je botten specifiek, zeker relevant als je anti-hormonale therapie krijgt. Oestrogeen beschermt normaal je botten tegen afbraak. Door de behandeling is dat al onderdrukt. Komt daar een energietekort bovenop, met de verhoogde cortisol die daarbij hoort, dan grijpt dat op precies dezelfde plek aan: minder oestrogeen én meer cortisol werken allebei je botopbouw tegen.

Wat werkt dan wel?

Genoeg over wat niet werkt. Hier komt wat wél helpt, onderbouwd en haalbaar, niet nog een lijstje met dingen die je “gewoon moet doen”:

  1. Eet genoeg eiwit, met de nadruk op plantaardig. Richtlijn: 1,2 tot 1,6 gram per kilo lichaamsgewicht, tegenover de basisbehoefte van 0,8 gram. Dat compenseert de spierafbraak door cortisol. Plantaardig eiwit verhoogt IGF-1 (een groeifactor) veel minder dan dierlijk eiwit, en dat is relevant omdat je dat juist niet wilt opjagen. (IGF-1 kan ook de groei van kankercellen stimuleren)
  2. Beweeg tegen de gewrichtsklachten in, niet eromheen. Bij aromataseremmer-gerelateerde gewrichtspijn blijkt bewegen, specifiek een combinatie van kracht- en duurtraining, de klachten te verminderen in plaats van te verergeren. Stilzitten uit angst voor pijn werkt averechts, al mag opbouwen wel rustig en begeleid. Een (onco)fysio kan je hierbij helpen.
  3. Kijk naar lichaamssamenstelling, niet naar het getal op de weegschaal. Spierweefsel weegt zwaarder dan vetweefsel bij hetzelfde volume, en vet verplaatst zich naar je buik ook zonder dat je totale gewicht stijgt. Een kledingmaat of een omtrekmeting vertelt vaak meer dan de weegschaal.
  4. Eet onbewerkt en plantaardig, niet minder. Dat voedingspatroon hangt samen met minder ontsteking in je lijf, en een verhoogde ontstekingswaarde (CRP) is iets wat na behandeling vaak al verhoogd is. Minder ontsteking betekent een gunstiger klimaat om weefsel op te bouwen in plaats van af te breken.
  5. Maak onderscheid tussen overgewicht en een paar kilo's die je kwijt wilt. Bij een gezond gewicht heb je simpelweg minder marge, je lijf voelt een tekort sneller en heftiger aan. Daar zou de focus moeten liggen op bewegen en kwaliteit van de voeding in plaats van op minder calorieën eten.
  6. Geef het de tijd die het kost. Verwacht niet dat je binnen een paar maanden weer op je oude gewicht zit, of in dat truitje past dat je zo graag droeg. Duurzaam gewichtsverlies kost tijd én duurzaam spieren opbouwen ook. Als een malle gaan sporten zorgt voor blessures, en afhankelijk van waar je in je herstel zit, kan te intensief sporten meer kwaad dan goed doen. En crash diëten zijn gewoon ontzettend slecht voor je lijf.

Het stopt niet bij voeding en beweging

Wat ik in mijn eigen herstel, en bij de vrouwen die ik begeleid, telkens terugzie: zolang je lijf en je zenuwstelsel in overlevingsstand staan, blijft cortisol hoog, en blijft je lichaam kiezen voor beschermen en afbreken in plaats van opbouwen en loslaten. Voeding en beweging zijn essentieel, maar ze werken het beste als je zenuwstelsel ook daadwerkelijk leert dat het weer veilig is. Dat is precies waar ik me op richt wanneer ik met vrouwen werk die kanker hebben gehad. Het is niet alleen wát je eet of hoe je beweegt, want dan had je je restklachten allang opgelost, toch? Het is het systeem dat onder dat alles ligt. Pas wanneer je lijf op elk niveau weet dat het veilig is, dat het niet meer hoeft te vechten, dat het uit de overlevingsmodus mag, dan pas kun je echt herstellen en weer leven met hoofdletter L.

Wil je hierover meer weten, en ontdekken hoe dit precies samenhangt met jouw herstel? Meld je aan voor de gratis masterclass: https://laatjecoachen.nu/gratis-masterclass/

Bronnen

  1. Mountjoy, M. et al. (2023). 2023 International Olympic Committee's (IOC) consensus statement on Relative Energy Deficiency in Sport (REDs). British Journal of Sports Medicine, 57, 1073-1098.
  2. Angelidi, A.M. et al. (2024). Relative Energy Deficiency in Sport (REDs): Endocrine Manifestations, Pathophysiology and Treatments. Endocrine Reviews, 45(5), 676-709.
  3. Morton, R.W. et al. (2018). A systematic review, meta-analysis and meta-regression of the effect of protein supplementation on resistance training-induced gains in muscle mass and strength in healthy adults. British Journal of Sports Medicine, 52(6), 376-384.
  4. Helms, E.R., Zinn, C., Rowlands, D.S., & Brown, S.R. (2014). A systematic review of dietary protein during caloric restriction in resistance trained lean athletes: a case for higher intakes. International Journal of Sport Nutrition and Exercise Metabolism, 24(2), 127-138.
  5. Weight change during chemotherapy in breast cancer patients: a meta-analysis (2017). BMC Cancer.
  6. American Cancer Society. Weight Changes (verschil in gewichtstoename/-verlies per kankersoort).
  7. Breast Cancer Now. Tamoxifen (bijwerkingen, waaronder vochtretentie).
  8. Food for Breast Cancer. Aromatase Inhibitor Treatment and Weight Gain.
  9. Current and future advances in practice: aromatase inhibitor-induced arthralgia. Rheumatology Advances in Practice, Oxford Academic.
Over de schrijver
Anouk begon haar carrière als Personeel & Organisatie Adviseur en groeide door als leiderschapscoach binnen de overheid. In 2012 richtte ze haar eigen bedrijf op, waarmee ze mensen begeleidt naar meer mentale en fysieke kracht.In 2013 kreeg Anouk de diagnose lymfeklierkanker. Dit zette haar leven én haar kijk op herstel volledig op z’n kop. Tijdens haar eigen proces ontdekte ze hoe groot de rol van het onderbewuste is bij herstel en welzijn. Na haar behandelingen verdiepte ze zich in hypnose en breinherprogrammering en merkte ze hoe effectief deze technieken zijn bij het aanpakken van restklachten na kanker.Vanaf 2015 begon ze steeds meer (ex-)kankerpatiënten te begeleiden en zag ze hoe krachtig hypnose en onderbewustzijnswerk kunnen zijn in duurzaam herstel. In 2016 maakte ze de volledige omslag en richtte ze zich volledig op deze doelgroep.Haar missie is helder: laten zien dat je niet hoeft te blijven worstelen met restklachten en dat écht herstel mogelijk is – fysiek én mentaal. Ze helpt mensen om hun energie en welzijn terug te winnen en een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven te bereiken.
Reactie plaatsen